Oorlog - N. van Oorschot

Tekenaar: 

Veel mensen waren opgelucht na de capitulatie op 15 mei 1940. Het directe oorlogsgevaar, zoals beschietingen en bombardementen, was in ieder geval voorbij. Voor Joden betekende dit toen al een soort doodsvonnis. En velen pleegden zelfmoord. Begin 1941 beginnen de Duitsers in Eindhoven geleidelijk hun ware aard te tonen voor wat betreft hun plannen met Joden. Veel Joden worden opgepakt en weggevoerd. 

“Mijn Amsterdamse vriendin, die in die tijd een jaar of negentien was, vertelde dat de mensen zich absoluut niet de ernst van de zaak realiseerden. Ook de Joden zelf niet. Er deden in de Joodse gemeenschap geruchten de ronde dat het niet zo slecht was in de werkkampen in Duitsland. Men zou er na enige tijd zelfs over een huisje met een tuintje kunnen beschikken. Mijn vriendin vertelde dat ze destijds heel optimistisch en opgewekt afscheid hadden genomen van Joodse collega’s. Ze gingen vol goede moed weg, vertelde zij, en riepen nog ‘Nou, sterkte dan maar en tot na de oorlog hoor. Dan zie ik je weer’. Pas toen zieken, kinderen en ouden van dagen werden opgepakt, ging men beseffen dat er iets niet klopte. Je had aan deze bevolkingsgroep toch niets in werkkampen? In Eindhoven merkten we hoegenaamd niets van deze deportaties.” - Joep van Rijnsoever

Oorlog

Ook in dit thema